Zonder elektrolyt kunnen de anode en kathode helemaal niet met elkaar “praten”. Daardoor kan een batterij geen energie opslaan of afgeven.
Een elektrolyt kan een vloeistof, gel of vast materiaal zijn. In lithium-ion batterijen is het meestal een speciale vloeistof die lithiumionen makkelijk laat bewegen. Tijdens het ontladen reizen deze ionen via de elektrolyt van de anode naar de kathode. Tijdens het opladen gaan ze precies de andere kant op.
De elektrolyt moet in staat zijn om de ionen snel én veilig te laten bewegen, maar mag zelf geen stroom geleiden zoals metaal dat doet. Het moet dus chemisch heel stabiel zijn.