Wanneer een batterij stroom levert (ontlaadt), stromen de elektronen vanaf de anode door jouw apparaat heen en komen uiteindelijk uit bij de kathode. Hier worden ze als het ware opgevangen.
Tijdens het opladen gebeurt het omgekeerde: de lader duwt elektronen juist weg van de kathode richting de anode, zodat de batterij opnieuw energie kan opslaan voor later gebruik.
In moderne batterijen, zoals lithium-ion, is de het meestal gemaakt van metalen zoals nikkel, mangaan, kobalt of ijzerfosfaat. Het materiaal bepaalt voor een groot deel hoeveel energie een batterij kan opslaan, hoe lang hij meegaat en hoe veilig hij is.
In het kort: de kathode is een onmisbaar onderdeel dat helpt om elektrische energie op een gecontroleerde, veilige manier te ontvangen en weer vrij te geven.