Cycli (of cycles) geven aan hoe vaak een batterij helemaal opgeladen en weer leeg gebruikt kan worden voordat hij merkbaar achteruitgaat.
Je kunt het vergelijken met een emmer water:
- Je vult de emmer helemaal (opladen).
- Je giet hem weer leeg (ontladen).
Dat is één cyclus.
Bij een batterij is dat precies hetzelfde, maar dan met stroom.
Hoe meer cycli een batterij aankan, hoe langer hij meegaat.
Bijvoorbeeld:
- Een batterij met 5.000 cycli gaat veel langer mee dan eentje met 2.000 cycli.
Let op: je hoeft de batterij niet altijd helemaal vol en leeg te gebruiken.
Alle kleine beetjes tellen samen op tot één volledige cyclus.
(Zoals twee keer half leeg = samen één hele cyclus.)