Je kunt het zien als de kracht waarmee de elektriciteit door een apparaat wordt geduwd. Hoe hoger de celspanning, hoe meer elektrische energie er per cel beschikbaar is.
Batterijchemie heeft zijn eigen standaard celspanning. Een lithium-ioncel levert bijvoorbeeld meestal rond de 3,6–3,7 volt, terwijl een gewone AA-alkalinebatterij 1,5 volt levert. Deze spanning ontstaat door het chemische verschil tussen de anode en de kathode: hoe groter dit verschil, hoe hoger de spanning.
Celspanning is belangrijk omdat het bepaalt hoeveel cellen je nodig hebt voor een bepaalde toepassing. Wil je bijvoorbeeld een hogere spanning, dan worden meerdere cellen in serie geplaatst (elkaars spanning optellen).